Het schilderij Ophelia van John Everett Millais is in mijn schrijvende leven en later mijn beeldende leven nooit ver weg geweest. In dit gedicht bijvoorbeeld; al een tijdje terug geschreven. Na thuiskomst van een fikse fietstocht door de noordwesthoek van Fryslân, heb ik dit ooit aan het papier toevertrouwd. Het is nooit in een bundel terechtgekomen, meen ik (klotegeheugen), maar hier kan het wel even.

 

greidhoek

 

groen is hier tussen de dorpjes niet weelderig en geil

enkel een frigide, toonloze kleur zover het oog reikt en plat

 

kliffen in dit terpenland niet te vinden

een dramatische val voordat je de golven raakt zit er niet in

bruisende rivieren die je genadeloos meesleuren 

charmante mijmerende beekjes evenmin 

 

toch kun je hier uitmuntend verzuipen

genoeg kaarsrecht industrieel gesneden mensenwater 

dat wel raad weet met overmoedige lammeren en kalveren 

die vlak bij de messcherpe randen het licht zien

 

schoonheid zul je vergeefs zoeken: geen gekwelde Ophelia

lichtvoetig in een wolk van een jurk en bloemen in haar verdronken hand

 

Dit werkje heeft als titel: Herfst; Ophelia in de bomen. Ik kreeg door de kleuren de associatie met het schilderij en herinnerde mij het gedicht. (Toch niet zo klote, dat geheugen, lijkt het).

Olieverf op papier en paneel in een een houten lijstje met een beeldformaat van 16 bij 24

Het is over een oud werkje met een passepartout  heen geverfd. Ik zou het werkje aan de binnenkant van het passepartout uitsnijden, maar de rechte structuur werkt, voor mij althans, als een “happy accident”. Het geeft wat diepte en contrast.